Algemeen
| Algemene studie-omschrijving |
Sinds het collegejaar 2007-2008 biedt de ETA een tweejarige post-HBO studie aan met een focus op de vroege kerk en in het bijzonder het christendom van de tweede eeuw. De kernvraag hierbij is op welke wijze men in deze periode vorm heeft gegeven aan het christen-zijn en wat wij vandaag in de eenentwintigste eeuw hiervan kunnen leren.
Naast bestudering van de ontwikkeling van het vroege christendom in het algemeen, zal de aandacht zich richten op aspecten als de verhouding christendom/jodendom, kerk en liturgie, schriftgebruik en traditie, geloven en belijden, orthodoxie en dwaalleringen.
Via probleemgestuurd onderwijs worden de studenten gevormd tot creatieve probleem-oplossers die in staat zijn de uit het onderzoek voortkomende bevindingen te vertalen naar de hedendaagse situatie.
| De tweede eeuw: een kennismaking |
Het christendom van de tweede eeuw kennen wij voornamelijk door de vele tientallen geschriften die ons uit die tijd zijn overgeleverd. Ieder voor zich zijn deze pennevruchten getuigen van het levende geloof van vroege christenen. De oudste documenten uit deze periode zijn de zogeheten ‘apostolische vaders’ (datering ca. 96 na Chr. - ca. 150 na Chr.):
- De leer van de twaalf apostelen
- De brief van Barnabas
- 1 Clemens
- 2 Clemens
- De brieven van Ignatius
- De brief van Polycarpus
- Fragmenten van Papias
- De apologie van Quadratus
- De brief aan Diognetus
- De pastor van Hermas
Naast deze apostolische vaders heeft de tweede eeuw nog tientallen andere geschriften voortgebracht, waaronder die van de zogenoemde 'apologeten', martelaarsakten, en geschriften van vroege kerkvaders als Clemens van Alexandrië en Irenaeus.
Tijdens de masterstudie ‘De vroege Kerk’ zal de meerderheid van deze geschriften in hun context worden bestudeerd. Naast aandacht voor de orthodoxie, zal ook tijd worden gereserveerd voor bestudering van geschriften van heterodoxe groeperingen, zoals de gnostiek. Confrontaties met dergelijke dwalingen hebben immers mede bijgedragen aan de ontwikkeling van het vroege christendom.
| Waarom de tweede eeuw? |
De tweede eeuw bestrijkt een unieke periode. De christenen van de vroege tweede eeuw leefden vlak na de apostolische tijd. Zij waren de geloofskinderen van de apostelen. Sommigen van hen hebben de leerlingen van Jezus nog persoonlijk gekend!
Deze periode is verder ook uniek, vanwege het feit dat zij de brug vormt tussen Jezus en de apostelen enerzijds, en latere generaties christenen anderzijds. Zij stonden a.h.w. met het ene been in de apostolische en met het andere been in de na-apostolische periode. In een tijd waarin de apostolische traditie nog levend is, worden de bakens uitgezet voor de vormgeving van canon, liturgie en leerstellingen van volgende generaties. Ook wij zijn schatplichtig aan deze geloofsbroeders en -zusters die ons zijn voorgegaan. Zij hebben, niet zelden met gevaar voor eigen leven, ons het meest kostbare overgeleverd dat ze bezaten: de apostolische leer, het evangelie, oftewel het getuigenis van de levende Christus!
| Relevantie voor vandaag |
Tijdens de opleiding zal niet alleen studie worden gemaakt van het vroege christendom zélf. Ook de vraag naar de relevantie voor vandaag zal worden gesteld: “Wat kunnen wij in de eenentwintigste eeuw leren van geloof en praktijk van de vroege christenen?”. Dan blijkt dat wij onze winst kunnen doen met de wijze waarop zij hun christen-zijn vorm hebben gegeven in een multiculturele en pluriforme samenleving.
Opmerkelijk is verder, dat bepaalde dwalingen waarmee de vroege kerk geconfronteerd werd, vandaag de dag weer uitermate actueel zijn. De gnostiek is een voorbeeld hiervan. De vondst van een grote bibliotheek aan gnostische geschriften te Nag-Hammadi (Egypte) in 1945, waaronder het Evangelie van Tomas, heeft deze gnostiek weer nieuw leven ingeblazen.
En de meer recente mediahype rondom het, eveneens gnostische, Evangelie van Judas zal maar weinigen zijn ontgaan. De wijze waarop de vroege kerk positie heeft ingenomen ten opzichte van dergelijke denkbeelden levert ons vandaag een kostbaar referentiekader.
| Erkenning |
De ETA is een overheidsonafhankelijk instituut. De te verstrekken diploma’s zijn derhalve niet gebaseerd op de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW). ETA-diploma’s worden desondanks erkend door diverse instellingen. ETA-afgestudeerden zijn werkzaam in onder meer kerk, onderwijs, en pastorale zorg.
| Meer informatie |
Voor verdere informatie over de Masteropleiding kan contact worden opgenomen met drs.ing. N. Witkamp.
Email:
Telefoon: 078-6190037